Laatst vertelde mijn moeder me dat het niet helpt dat ik voortdurend lig af te geven op officiële instanties. Het helpt de dingen namelijk niet vooruit. Probleem is echter dat niet afgeven op officiële instanties de zaken evenmin vooruit helpt. En als het dan toch allemaal niet uitmaakt, is het gewoon veel leuker om toch maar af te geven op officiële instanties.
Neem nu dat hele gedoe met die diploma’s. Mijn leraarsdiploma is in Frankrijk waardeloos, daar heb ik me al een tijdje bij neergelegd. Het diploma van mijn vrouw, bachelor in de Orthopedagogie, is dat echter niet. Een valorisatie van haar diploma betekent dat ze beter betaald wordt – nu krijgt ze gewoon de smic, het wettelijk vastgestelde minimumloon, voor onregelmatige vervangingen op onregelmatige uren.
Vorige week in Auch kregen we wat informatie en een telefoonnummer, wat ons, smaldenkende plebejers, zeer tevreden stelde. Het telefoonnummer behoorde toe aan een onwetende mevrouw die ons een ander nummer gaf dat aan een mevrouw toebehoorde die op vakantie bleek. Zij zou verantwoordelijk zijn voor de valorisatie van beroepen in de sociale sector. Het diploma van mijn vrouw zou in principe gelijkgesteld zijn aan dat van éducatrice spécialisée, een diploma waar best wel vraag naar is.
Vandaag belde ik de dame in kwestie op. Ze verwees me onmiddellijk door naar een andere dame, die me weer doorverwees naar een andere dame. Deze laatste wist me te vertellen dat er geen overeenkomst is om Belgische Hoger Onderwijsdiploma’s in de sociale sector te erkennen. Ik vroeg wat we dan konden doen.
‘Je kan je diploma aan de werkgever tonen met de vraag dit te erkennen.’ Ik zei, behoorlijk geïrriteerd, dat drie jaren Hoger Onderwijs dus eigenlijk waardeloos zijn. Dat begreep ze niet goed. Ik zei, ‘Een werkgever heeft er toch geen enkel belang bij haar diploma te erkennen? Dat betekent enkel dat hij haar meer moet betalen voor hetzelfde werk.’ Dat bleek ze, tegen de verwachtingen in, wel te begrijpen.
Ik vroeg of het dan zinvol was de ENIC-NARIC te contacteren. Weer maar een niveau hoger. In Auch zaten we immers bij de departementale dienst, zij zit op de regionale dienst in Toulouse, de volgende stap is de nationale in Parijs. Ze bleek van die nationale dienst nog niet gehoord te hebben. ‘Wat zit gij daar dan in godsnaam te doen,’ dacht ik. Maar dat zeg je niet.
Dus ja, boos. Opnieuw enorm boos. Een mens zou toch met plezier gewoon niets meer in orde maken, geen identiteitspapieren en geen belastingformulieren, geen bouwaanvragen of geen mutualiteitspapieren, niets meer. Gewoon je goesting doen en je van geen regels iets aantrekken.
Er is maar één zekerheid: het gaat ons weer een smak geld kosten en vermoedelijk een hoop tijd om al die onzin geregeld te krijgen. De Europese eenmaking, die is toch gewoon ergens voor eeuwig ingesneeuwd in de hoogste diepvriezen van het Ötztal?