Het interview van Christophe Vandegoor met Bob Maesen en Kevin De Bont moet verplichte kost worden op elke topsportschool, in elke nationale beloftenploeg en in de wachtkamer bij elke sportpsycholoog. Geen enkel Belgisch sporttalent mag nog opgroeien zonder dit interview gezien, gehoord, geanalyseerd, van buiten geblokt en gedroomd te hebben. De beelden moeten beroemder worden dan de tranen van boogschutter Paul Vermeiren in Atlanta, meer bekeken dan de demarrage van Vandenbroucke op La Redoute, meer ophef maken dan de bekentenis van Museeuw après. Dan, en alleen dan zal Bob niet voor niets als een pater geleefd hebben.
Bob Maesen is ook een collegeganger, net als Tom Vangeneugden en mezelf. Ik heb met beide in wijlen het zwembad van Neerpelt gelegen, voor beide heb ik mateloze bewondering. Pater Bob, zo noemden mijn kameraden die zelf kanovaarden hem. Toen al. Hij was een kathedraal van een vent, nu zelfs uitgebouwd tot basiliek. Bob ging op zijn derde Spelen af. Bob verloor grandioos en haalde de finale niet. Mensen die verschillende sportfora volgen – niksnutten als ik dus – horen handengewrijf uit de buurten van Zwevegem. “Net goed, arrogante dikkenek, egoïstische koning Bob, eindelijk van zijn troontje getuimeld.” Bob is nog altijd goed bezig, denk ik dan.
Een topsporter moet gedreven zijn, moet egoïstisch zijn, moet arrogant zijn – arrogantie als tegengestelde van valse bescheidenheid, die Vlaamse ziekte; arrogantie als het durven uitkomen voor je eigen talenten en verdiensten. Arrogantie als het niet kunnen, niet willen aanvaarden van verlies op je eigen domein. De arrogantie die nodig is om je eigen beperkingen te kennen. De arrogantie die nodig is om in jezelf te geloven en dag in dag uit dat saaie, monotone trainingspatroon te herhalen. En er nog van genieten ook.
Bob was woedend, maar bleef spreken. Bob was beleefd. Bob heeft in de kleedkamer een paddel in twee gebroken, denk ik. Een kastje afgebroken. Kanaliseren, wachten, ontploffen. Ook dat is topsport. Pieter Van Den Hoogenband feliciteerde zijn overwinnaar Bernard, sprak kort met de pers en ontlaadde in de kleedkamer. Plankjes gooien, schoppen, slaan. Een geweldige topatleet. Ik heb Steven Claes in Heist-op-den-Berg ooit door de deur van een kleedkamertje weten slaan na een net gemiste jonge haai op 400 crawl en een gemene steek van pestbroertje Ronald. Topsport, onbeschrijflijk mooi.
Laat onze jonge talenten ook hier van proeven en leren. Laat hen zien welk een gemeen beest hun sport soms zal zijn, leer hen hier mee omgaan. Laat het een les zijn voor hen die in hun jeugd enkel winnen, een les die voor hen misschien net dat noodzakelijke opstapje naar de top betekent. Voor hen die afvallen, dat ze niet alleen zijn in hun verlies, en dat er een leven is na de sport. En laat hen wat later de beelden zien van Bob op het podium op het volgende WK, alleen of met partner. Want zo kan en mag en zal Bob de sport niet verlaten.
Lezersbriefjes