Het gedoe rond de rectorsverkiezingen is vis noch vlees, waarmee ik niet wil zeggen dat het vegetarisch is. (Man, met wat voor nonsens opent gij een blogpost die zichzelf serieus wil nemen.) Het verlies van mijn kap’tein heeft mij niet zozeer geraakt, wel de manier waarop. Daarover, en over wat er dan nu moet gebeuren, kan je een hele – en overigens zelfs interessante – blog lezen en jezelf uitputten in het ondertekenen van petities, maar als er dan een open onderwijsvergadering wordt georganiseerd komt geen kat opdagen, zelfs geen gestuurde. Daar sta je dan met je godverdomse democratie. Toch wil ik hier mijn voornaamste bedenking na de vergadering meegeven, de aanwezigen kregen ze live en ingekort.
Er wordt wel eens gezegd dat sommige mensen twee stenen kunnen doen vechten – ik ben er zo een – maar kan je ook twee stenen verzoenen? De stenen zijn in deze een systeem van aanduiding door een elite en verkiezing door een electoraat. Het zijn deze twee systemen die men wil verzoenen – het lijkt me typisch Belgisch om in een compromis twee onverzoenbare zaken te willen verzoenen en te eindigen in een grote wafelenbak. Je bent democratisch of je bent het niet, je kan niet een beetje of grotendeels democratisch zijn.
De grote verzoening tussen democratie en aanduiding zit hem in een filtersysteem, een soort flessenhals waardoor kandidaten moeten gaan alvorens ze verkiesbaar zijn. Deze filter bestaat uit een screening door een comité (het bureau) waarin de kandidaat wordt getoetst aan het profiel van de rector. Dat bestaat uit een aantal behoorlijk interpretabele kwaliteiten en vaardigheden. Voldoe je, dan ben je kandidaat en neem je deel aan het “democratische” luik. (Marc Vervenne werd beoordeeld op dezelfde basis en voldeed niet, hoewel nooit expliciet is gemaakt aan welke criteria de man niet voldeed. Integer en discreet, maar ook zeer wrang voor de democratische curieuzeneus.)
Net daar, in het gebruik van een bureau als filter, schuilt hem natuurlijk het gevaar. Aan wie moet het bureau dat de screening uitvoert en beslist of een kandidaat weerhouden wordt verantwoording afleggen? Aan niemand, zo blijkt. Er wordt, aldus dit bureau, niet over één nacht ijs gegaan en de kandidaat krijgt een gemotiveerde beslissing te horen. Minder verwachten zou belachelijk zijn. “Hij of zij zal nieuwe aspecten over zichtzelf ontdekken.” En uiteraard kunnen we het dan niet maken om de niet weerhouden kandidaat openbaar terecht te stellen. Discretie zal dus gegarandeerd zijn.
Maar wie zegt dat de kandidaat het eens gaat zijn met zijn of haar afwijzing? Waarom zou een kandidaat de reeds bestaande platformen van wantrouwen en onvrede niet gebruiken om een afwijzing aan te vechten? Wie garandeert dat de kandidaat het recht op discretie wil gebruiken? Is het niet heel naïef om te denken dat de beslissing van een bureau, dat duidelijk een gebrek aan vertouwen geniet in de huidige universitaire gemeenschap, zondermeer gerespecteerd zal worden? Leren we dan niets uit het gekrakeel in het politieke veld bij de samenstelling van de kieslijsten voor de Vlaamse en Europese feestelijkheden?
Een tweede aspect is dat de beslissingen van het bureau een soort van blinde vlek zullen zijn naar de kiezers toe. Ze mogen slikken wat uit de flessenhals komt, maar het etiket van deze fles lezen zit er niet in. Mijns inziens tonen de petities vooral aan dat de universitaire gemeenschap er niet zo zeker van is dat er klare wijn zal worden geschonken. Is het niet zeer hoogmoedig om voor een kritisch kiespubliek de belangrijkste beslissingen te nemen in smoke-filled rooms ? Hoe kan je met andere woorden het individuele recht op integriteit en discretie verzoenen met het informatierecht van de kiezer? In mijn ogen kan je dat niet. In de ogen van professor De Grauwe overigens ook niet.
Een filter dient om vuil te verwijderen en moet je dus regelmatig schoonmaken. Dat leert het doen van was en plas ons. Dankzij een gouden tip van tante Kaat, hang ik nu de plukjes stof uit de filter van mijn droogkast in de bomen zodat de vogeltjes er een nest mee kunnen bouwen. Soms vind ik ook wel eens een achtergebleven muntstuk. Hoe zal het bureau ons garanderen dat het “vuil” de nestjes van onze universiteit helpt bouwen én dat er geen muntstukken in de filter zullen belanden? Hoe gaat het bureau met andere woorden er voor zorgen dat niet weerhouden kandidaten zich bij deze beslissing neerleggen én gelijkertijd bewijzen dat er geen onterechte afwijzingen waren?
Lezersbriefjes