“Dat wisten wij al lang!”, zo zullen mijn verrechtsende vriendjes exclameren. Maar het is dus wel zo, mijn linkervoet loopt de kantjes ervan af. Alles heeft te maken met het verleden, de historische praxis die van mijn linkervoet een hyperflexibele arbeidskracht in het zwembad maakte. Door gebrek aan frontvorming en klassenbewustzijn zijn mijn handen en voeten er nooit in geslaagd uit hun onderdrukte positie in de onderbouw te geraken. En zo loop ik dus met een krakende linkerpols, een rechterpols die bijeen wordt gehouden door een schroef en een kwakkelende linkervoet.
Loopt de kantjes ervan, die linkervoet. Ik loop links afschuwelijk op de buitenkant van mijn voet, wat hem zeer gevoelig maakt voor omslaan. Ook mijn achillespezen zijn een euh achilleshiel, want door de flexibele zwemhouding bieden ze weinig weerstand tegen deze omslag. Wat dus om de maand of zo gebeurt, meestal met een kleine looppauze tot gevolg. Gisteren stond ik zo opnieuw vloekend geparkeerd in Heverlee-bos, genoodzaakt mijn training even voorbij de helft te staken. Er is nog veel werk aan, voor de Maasmarathon …
Lezersbriefjes