Siena – Altopascio
Mijn Jezus, wat is er veel gebeurd! Behalve dan dat etentje met de maagden van Siena, want pelgrims eten apart. Dat kwam de ubercoole Suor Ginette (67 jaar) nog even melden toen ze op haar step door het klooster raasde om mij een flesje schuimwijn aan te bieden. Dus keek ik maar wat Italiaanse filmpjes op youtube met de vrijwilligers van het klooster over hoe vrouwen ondergeschikt moeten zijn aan mannen. De volgende dag verdwaalde ik volledig in Siena en moest een kaart kopen om er op de juiste plaats uit te geraken. Ik besloot dan maar een lange dag te stappen naar het veertig kilometer verderop gelegen adelaarsnest San Gimignano.
Dat ligt dus op een berg die behoorlijk in de kuiten bijt na meer dan veertig kilometer stappen – dank u doolhof Siena. Onderweg naar boven greep de schrik mij al om het hart toen ik vooral Nederlandse, Engelse en Belgische nummerplaten omhoog zag klauteren. Dat is dus een prachtig stadje, maar vergeven van de opgefokte Johns en geairbrushte Anita’s. Om tien over zeven stortte ik in voor de poorten van de stad en wachtte een half uurtje om binnen te gaan. Daardoor klopte ik eigenlijk net op etenstijd aan bij het klooster van de Franciscanen, waar ik via de parlefoon al een beetje werd afgeblaft. Op het prachtige binnenplein kwam een nerveuze godsdienaar op me af, blafte me zowel in het Engels als het Italiaans af. Hij had een bewijs nodig dat ik een echte pelgrim ben. “I need a letter from your PRIEST or your BISHOP stating that you are a PILGRIM!” riep de man over Toscane uit.
Die had ik niet. Wel een portie nederigheid, dat ik wel kon wachten tot na het eten … Intussen haal ik mijn credenziale uit. Okee, ik kreeg een kamer en mocht volgen. De man rende weg, ik nam in zeven haasten mijn rugzak, stokken en camelbak en spurtte achter hem het klooster in. Hij was uit beeld dus verdwaalde ik in gangen en prachtige zalen … Hey pilgrim, hoor ik in de verte – Suor Ginette noemde mij vanaf dat ze mijn credenziale had gezien Herman. Ik kreeg een mooi kamertje waar het verschrikkelijk stil was. In de gang had je uitzicht over half Toscane. Voor de eerste keer kreeg ik geen maaltijd aangeboden, dus ging ik nog even de stad in om een pizza en een ijsje naar binnen te werken. Tot zover mijn inwijding in het klooster: behandeld als een crimineel.
De volgende dag zou weer zwaar worden, en dus ging ik met tegenzin onderweg. Na een paar kilometer stopt echter een man met de wagen die me uitnodigt om over een paar kilometer te stoppen, het huis zou ik wel vinden. Een klein uurtje verder kom ik aan een huis waar de pelgrimsymbolen aan de deur hangen op een plaatje en ga binnen. Mario is net zijn kleindochter de papfles aan het geven. Ik krijg koffie en Toscaanse koekjes. We praten over politiek en over koningin Paola, die in het volgende dorpje bij haar nonkel de vakanties uit haar jeugd sleet als plaatselijke babe. Na een uurtje zet ik mij terug op weg – ik kom zeker tien andere pelgrims tegen.
Het is een lange en zware dag door de natuur onder een loden zon. Ik drink als een paard maar zweet als twee ezels: zelfs vier camelbaks (ongeveer zes liter) zijn maar nipt. Uiteindelijk breek ik bijna mijn poten op de laatste klim naar het klooster van San Miniato, na 45 km. Ik bel aan en krijg een lange tirade en daarna een korte: no posta, ga maar op een ander en trek uw plan. Ik zweer dat Gods dienaar een grijnslach had toen hij het zei. Ik twijfel om mij op de trappen van het klooster te slapen te leggen, maar na een kwartiertje besluit ik toch naar het volgende dorp te gaan en aan te kloppen bij de Misericordia. Ik krijg een bed in een soort asielopvang. Mijn voeten spatten bijna uit elkaar en ik kan niet staan, zitten of liggen. Het duurt lang voor ik echt de slaap vat, maar de deur dichtdoen kon er niet meer vanaf. Ik slaap dus met de deur open en de sleutel er nog op.
Vandaag wilde ik er dan een kort dagje van maken, maar de wegbeschrijving beslist er anders over. Gelukkig doen mijn voeten een pak minder zeer zodat ik de 35 km naar Altopascio zonder veel problemen afwerk. De bibliotheek verzorgt hier de opvang van pelgrims en ik heb net een douche genomen met mijn stapkleren aan. Zelden zag ik zo’n zwart water, ik zwem nochtans elk jaar in de Damse vaart. Ik heb een halve kilo vers roomijs binnen en zoek dadelijk nog een restaurantje. Tussendoor nog even de aankomst van het vrouwenwielrennen bekijken en de avond is weer mooi gevuld. Morgen loop ik door Lucca …
het is daar ineens zo luw op deze blog,
ge heb toch niet het licht gezien,
en zijt toch niet binnengetreden
bij dat schijnheilig paterke?
alle gekheid op een stokske,
laat nog eens iets van je horen;
ben je al verder dan Altopacio,
het dorp met patroonheilige San Jacobo?