Ik schrijf elke ochtend tot de zon opkomt, gewoonlijk heb ik er dan anderhalf uur opzitten. Daarna laat ik de kippen buiten, breng de eieren binnen en ik zaag vier blokken hout in twee met een handzaag en maak het vuur aan. Het heeft iets romantisch, vind ik zelf, en moest ik niet zo gruwen van het woord zou ik het zelfs voor authentiek durven verslijten.
Maar uiteindelijk is het enkel primair. Bodemnoodzakelijkheid. Niet meer dan dat. De techniek van het vuur aanmaken wordt elke dag beter, er is minder rookontwikkeling en er komen geen gasbranders meer aan te pas. Soms blijf ik een kwartiertje staren naar de vlammen, hoe ze de houtblokken likken en langzaam versmachten en aanvreten.
Wanneer mijn vrouw opstaat is het reeds warm in de living en ruikt het huis een beetje naar kampvuur, zoals in de winter eigenlijk het hele dorp een beetje naar kampvuur ruikt. Wanneer ik ga lopen, ben ik zo op de geur gefocust dat ik buiten adem geraak en kortsluitingen zich voordoen in mijn hersenen. Dan is het weer tijd om even te schrijven.