Zwemmer. Verlatenstratenwandelaar. Zondagskind.
Er was een tijd dat ik opgroeide in het Noord-Limburgse Overpelt. Ik ving stekelbaarsjes in de Holvense beek en speelde tikkertje aan de molen van Leyssen. Soms klom ik op het dak van de Rodenbachschool om een verloren gewaande voetbal te zoeken.
Er was een tijd dat ik werkte als mensenkijker in een beschutte werkplaats te Leuven. Ik zwom bijna dagelijks twee kilometer in het zwembad van het Sportkot. Ik liep via de Zoete Waters richting Meerdaalbos en dronk na afloop pintjes in de Libertad. Ik trouwde er op het stadhuis en keek met mijn kersverse vrouw uit over de kasseien van de Grote Markt.
Er was een tijd waarin elke vakantiedag goed was om een rugzak om te gespen of fietstassen te laden en de wereld in te trekken. Er was een tijd die rusteloos tikte als een tijdbom voor een krachtige storm me naar nieuwe windstreken bracht. Deze blog werd geschreven vanuit Leuven of gelegenheidsplaatsen. Dat was toen.
Sedert 1 april 2011 ontstaan de verhalen in Aux-Aussat, een dorp in het uiterste zuiden van de Gers, een Zuid-Frans landbouwdepartement in het zicht van de hoge Pyreneeëncols. Ik woon hier met mijn vrouw, een onafgewerkte puzzel van 32 256 stukjes en een paar fietsen. Ik schrijf bijna dagelijks, over leven en liefde, over ergernissen en onzin. Soms lieg ik, soms niet.
Lezersbriefjes