Ik heb altijd gezegd dat ik mijn job zou opzeggen als ik voel dat ik niet meer mee ben met studenten, als ik hun gedrag niet meer kan relativeren en van die dingen. Vandaag was het zo ver: ik heb mij echt kwaad gemaakt. Maar ik weet niet of de kwaadheid geldig was, of ze kwalificeert als jobopzeggende kwaadheid. Dat moet ik kort toelichten, vrees ik.
Vandaag was het proefexamen. Dat is geen hoogdag, niet voor een assistent en waarschijnlijk nog minder voor een student. Het gaat echter om wat vooraf ging: de aula klaarzetten. De les van de professor die het lokaal voor ons bezigde, was gedaan. Ik begon met de voorbereidingen van het proefexamen: tafeltjes omhoog schuiven, vragenbundels en antwoordformulieren klaarleggen. Het was bijna elf uur, hier had vandaag nog maar één les plaatsgevonden, in een aanvankelijk propere aula. Nu was die aula een stort. Lege koffiebekertjes en blikjes, achtergelaten op en tussen tafeltjes. Snoeppapiertjes op de grond. Een half gegeten, bruin wordende appel. Mandarijnschilletjes op de grond. Vuiligheid waarvan studenten het blijkbaar niet nodig vonden dit mee naar buiten te nemen en in de aanwezige vuilbak te deponeren.
Zeg mij asjeblieft dat dit niet normaal is. Dat het komt omdat het om omhooggevallen rechtenstudentjes ging – après nous le déluge. Zeg mij dat het ook nu nog voor de jonge intelligentsia schandalig is dat mensen hun eigen vuiligheid laten slingeren, zonder rekening te houden met alle mensen die na hen komen. Zonder respect te betonen voor kuispersoneel dat – het mag wel eens worden gezegd – aan mijn instelling in sommige gevallen net niet uitgebuit wordt.
Zeg mij dat dit buiten de jobopzeggingsergernissen valt. Want ik doe het nog te graag, en ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die van ons zoiets niet zouden doen. Of ben ik nu echt een oude zak? Zouden ze in Europa nog een Herman kunnen gebruiken? Als vuilnisruimer? Want ook hier …
Leeg blikje Nestea
Doelloos achtergebleven
Vuile PC-klas

Lezersbriefjes